
Aardbeien
Niets roept zo hard ‘zomer’ als een handvol verse, sappige aardbeien. En dan bedoelen we natuurlijk onze eigen Hollandse aardbeien: rijp geplukt, vol smaak en geur, en vaak dezelfde dag nog op je bord. In een salade, op een taart, bij het ontbijt of gewoon zo. Aardbeienrecepten zijn er in alle soorten en smaken. Maar het begint allemaal met goede aardbeien van hier.
Wat maakt aardbeien van eigen bodem zo bijzonder? Ze worden rijp geoogst, hoeven niet lang te reizen en behouden daardoor hun natuurlijke zoetheid én geur. En dat proef je. Zet je dus in het seizoen in op lokaal fruit, dan kook je niet alleen lekkerder, maar ook logischer.
Welke aardbeien gebruik je?
Niet elke aardbei is hetzelfde. Er zijn verschillende rassen die net iets anders smaken of een andere textuur hebben. Kweek je zelf, of koop je bij de kweker of boer? Let dan hierop:
Elsanta
De meest bekende en verkochte aardbei in Nederland. Mooi rood, stevig, goed van smaak – perfect voor taart en om zo te eten.
Lambada
De favoriet van fijnproevers. Zacht, extra zoet, smelt op je tong. Minder stevig, dus snel opeten of verwerken in iets fris zoals aardbeienmousse of limonade.
Sonata
Friszoet met een goede beet. Ze blijven wat langer mooi en zijn fijn voor salades of om in te vriezen.
Korona
Donkerder rood, iets voller van smaak. Ideaal voor jam of coulis, want ze geven veel kleur én smaak af.
Tip: zo bewaar je aardbeien goed
Bewaar ze in de koelkast, maar haal ze een uur voor gebruik eruit; dan komt de smaak beter tot z’n recht.
Was aardbeien pas vlak voor gebruik en altijd met kroontje erop, anders zuigen ze water op en worden ze slap.
Rijpe aardbeien over? Maak er een snelle compote of aardbeiensaus van voor over yoghurt of ijs.