Appelrassen zijn er in Nederland in overvloed. Wie bij de groenteboer of supermarkt binnenloopt, ziet direct een breed scala aan soorten met ieder hun eigen karakter. Sommige appelrassen zijn fris en zuur, andere juist zacht en zoet. De keuze is groot, en dat maakt appels veelzijdig in gebruik: van een gezonde snack tot de basis voor een perfecte appeltaart of een glas versgeperst sap. Door de verschillende appelrassen te kennen, weet je precies welke appel je waarvoor kunt gebruiken. In dit artikel zetten we de belangrijkste soorten overzichtelijk op een rij, verdeeld in rassen van Nederlandse bodem en importappels die je jaarrond in de winkel vindt.
Het mooie van appelrassen is dat er altijd een appel te vinden is die past bij jouw voorkeur of gerecht. Klassieke soorten zoals Elstar of Goudreinet blijven onmisbaar, terwijl moderne rassen als Kanzi en Pink Lady steeds meer in opkomst zijn. Tegelijkertijd worden er voortdurend nieuwe appelrassen ontwikkeld om beter te voldoen aan de wensen van consumenten en telers: steviger, langer houdbaar of milieuvriendelijker geteeld. Dit artikel geeft je een volledig overzicht van de meest voorkomende appelrassen, zodat je zelf een weloverwogen keuze kunt maken.
Compact overzicht van appelrassen
In Nederland geteelde appelrassen
Elstar – Friszoete en sappige appel, ideaal als handappel maar ook geschikt voor salades en gebak. Een echte klassieker die je tot ver in het voorjaar kunt eten.
Jonagold – Grote, zoet-frisse appel met stevig vruchtvlees. Veel gebruikt als dessertappel en voor compote. Goed bewaarbaar in de winter.
Jonagored – Een rode variant van Jonagold, net iets zoeter en opvallender van kleur. Geschikt als handappel en in desserts.
Goudreinet – De klassieke moesappel van Nederland. Zuur, stevig en ideaal voor appeltaart, appelmoes en andere bakgerechten.
Santana – Fris en mildzuur, stevig van structuur. Bekend omdat veel mensen met appelallergie deze appel wel kunnen verdragen.
Rubens – Kleinere appel met zachtzoete smaak en sappigheid. Populair als snackappel, vooral bij kinderen.
Karmijn de Sonnaville – Krachtig, aromatisch en uitgesproken zuurzoet. Zeer geschikt voor sap en cider.
Wellant – Volle, friszoete appel met knapperig vruchtvlees. Een modern ras dat lang stevig blijft.
Delbare Estivale – Een vroege zomerappel met aromatische smaak. Kort houdbaar, maar geliefd in augustus.
Discovery – Frisse, sappige zomerappel met rood blosje. Ideaal als handappel in augustus en september.
Ingrid Marie – Aromatische appel met kruidige ondertoon. Stevig, en geschikt om te eten én te bakken.
Glorie van Holland – Een oud-Hollands ras, sappig en fris. Tegenwoordig vooral te vinden in traditionele boomgaarden.
Natyra – Biologisch geteeld clubras, stevig en friszoet. Steeds populairder bij milieubewuste consumenten.
Greenstar – Friszuur en stevig, met als voordeel dat het vruchtvlees langzaam verkleurt. Ideaal voor salades.
Maribelle – Aromatische appel met frisse, zoete smaak. Veelzijdig in gebruik, zowel rauw als in gebak.
Notarisappel – Klassiek Nederlands erfgoedras met zachtzure smaak. Vooral nog in streekboomgaarden verkrijgbaar.
Cox’s Orange Pippin – Complex aromatisch en zoetzuur van smaak. Populair bij liefhebbers, geschikt om te eten en in de keuken.
Importappelrassen
Granny Smith – Felgroene appel, friszuur en knapperig. Perfect in salades en voor liefhebbers van frisse appels. Jaarrond beschikbaar.
Royal Gala – Zoete en zachte appel, vaak klein van stuk. Geliefd bij kinderen en wereldwijd geteeld, jaarrond verkrijgbaar.
Pink Lady (Cripps Pink) – Een opvallend clubras met roze-rode schil. Zoet, stevig en knapperig, vooral in de winter en het voorjaar.
Kanzi – Friszoete, moderne clubappel. Populair als snack, deels ook in Nederland geteeld maar vooral geïmporteerd.
Junami – Stevig en dorstlessend met frisse smaak. Ontstaan in Zwitserland, ook in Nederland te vinden maar veel via import.
Red Delicious – Diep rode appel, zacht en zoet van smaak. Minder geschikt om te bakken, vooral populair als handappel.
Fuji – Oorspronkelijk Japans ras, zeer zoet en knapperig. Ideaal als snackappel of in desserts.
Jazz – Knapperige, friszoete appel, een kruising tussen Royal Gala en Braeburn. Populair in de winter en lente.
Braeburn – Evenwichtige zoet-zure smaak en stevig vruchtvlees. Geschikt om te eten, te bakken of in salades.
Idared – Fris en licht aromatisch, stevig van structuur. Blijft goed bij koken, ideaal voor gebak en compote.
Pinova – Duitse appel met frisse, zoete smaak en stevige structuur. Veel geïmporteerd uit Duitsland en Italië.
Evelina – Moderne selectie uit Pinova. Zoet, stevig en geschikt als handappel of salade-appel.
Gravensteiner – Aromatisch en zoetzuur, met los vruchtvlees. Klassiek ras dat vaak uit Scandinavië of Duitsland komt.
Marlene-appels – Merknaam voor appels uit Zuid-Tirol (Italië). Variërend van fris tot zoet, jaarrond verkrijgbaar als premiumappel.
Zari (België) – Vroege zomerappel met frisse, zoete smaak en knapperige bite. Korte aanvoerperiode (half augustus–september); lekker als handappel en in snelle baksels.
Bakken of uit het vuistje? Het hele jaar door een appel beschikbaar
De verscheidenheid aan appelrassen zorgt ervoor dat er altijd een appel is die past bij je voorkeur. Voor bakken kies je stevige en friszure rassen, voor een gezonde snack juist knapperige en zoetere soorten. Door de combinatie van Nederlandse teelt en importappels kunnen consumenten het hele jaar door genieten van verse appels.
Seizoenskompas
Zomer
Vanaf augustus komen de eerste Nederlandse appels op de markt. Dat zijn vooral vroege rassen zoals Discovery en Delbare Estivale. Ze zijn fris, sappig en heerlijk als handappel, maar vaak kort houdbaar. In de zomermaanden vóór de nieuwe oogst (mei, juni en juli) zijn er nauwelijks Nederlandse appels meer verkrijgbaar en is het aanbod in de supermarkt vrijwel volledig afkomstig uit importlanden zoals Italië, Frankrijk of Nieuw-Zeeland.
Herfst
September en oktober vormen het hart van het Nederlandse appelseizoen. In deze periode worden de meeste bekende rassen geoogst: Elstar, Jonagold, Goudreinet, Wellant, Rubens en Santana. Deze appels zijn dan volop verkrijgbaar en van absolute topkwaliteit. Het is de tijd waarin de schappen vol liggen met vers geplukte, knapperige appels van eigen bodem.
Winter
Dankzij moderne ULO-koelcellen (Ultra Low Oxygen) kunnen Nederlandse appels ook in de wintermaanden goed bewaard worden. In deze koelcellen wordt het zuurstofgehalte extreem verlaagd en de temperatuur laag gehouden, waardoor het rijpingsproces bijna volledig stilvalt. Zo blijven rassen als Elstar, Jonagold en Wellant tot in februari en maart stevig en smakelijk. Hierdoor kan Nederland ook in de koude maanden grotendeels vertrouwen op eigen teelt. De smaak en structuur zijn nog steeds goed, al neemt de frisheid langzaam iets af.
Voorjaar
Vanaf april raken de voorraden uit de koelcellen op en verschuift het aanbod steeds meer naar import. In de lente en vroege zomer komen de appels vooral uit landen als Italië, Frankrijk, Spanje, Chili of Nieuw-Zeeland. Dit zijn vaak clubrassen zoals Pink Lady, Jazz, Fuji en Royal Gala. Zo blijven er jaarrond appels in de schappen, maar in deze maanden eet je dus voornamelijk geïmporteerd fruit.
Kort overzicht van de meest bekende appelrassen
| Herkomst | Ras | Smaak | Gebruik | Seizoen |
|---|---|---|---|---|
| Nederlands | Elstar | Friszoet | Snack, salade, gebak | Najaar–voorjaar |
| Nederlands | Goudreinet | Zuur | Appeltaart, appelmoes | Herfst |
| Nederlands | Jonagold | Zoet-fris | Dessert, compote | Najaar–winter |
| Import | Granny Smith | Friszuur | Salades, snack | Jaarrond |
| Import | Pink Lady | Zoet-fris | Snack | Winter–voorjaar |
| Import | Royal Gala | Zoet | Kinderappel, snack | Jaarrond |
Het grote aanbod aan appelrassen maakt appels tot een van de meest veelzijdige fruitsoorten in Nederland. Van klassiekers als Elstar en Goudreinet tot moderne clubrassen zoals Kanzi en Pink Lady: elk ras heeft zijn eigen plek in de keuken. Door te weten welke appelrassen geschikt zijn voor welk gebruik, kies je bewuster en geniet je nog meer van dit gezonde fruit.
