Aardbeienbavarois. Wie tegenwoordig zin heeft in een toetje, giet een pak leeg in een kommetje of trekt een bak ijs open. Overal kun je kant-en-klare toetjes kopen. Vroeger ging dat anders. Ja, in de tijd van jouw oma! O, en stiekem is dat een reden om stikjaloers te zijn. Oma maakte pudding of bavarois, naar haar eigen recept. Zo eentje die qua smaak niet te vergelijken is met de bavarois uit een bakje. Ze maakte dan in het voorjaar zo’n hele grote aardbeienbavarois. Als het niet opging, werd de rest bewaard voor morgen, maar als de hele familie kwam eten, was er ook genoeg. Diezelfde bavarois kwam dan op tafel, maar aangevuld met een bolletje ijs, extra fruit of geklopte slagroom.
‘Sharing dinner’, dat heet ook wel gewoon ‘delen’
Wat je tegenwoordig met een luxe woord een ‘sharing dinner’ noemt, noemde je vroeger gewoon ‘delen’. Die aardbeienbavarois is daar het perfecte voorbeeld van. Een heerlijk luxe en lekker luchtig gerecht. Precies wat een nagerecht met verse aardbeien zou moeten zijn. Je las het al, dit haalt het in de verste verte niet bij de kant-en-klaar-toetjes. In de aardbeienbavarois proef je vers fruit. De keuze van de aardbeien is dan ook een belangrijke. Een lekkere, sappige, supersmaakvolle, verse Hollandse aardbei is de absolute basis van dit recept. Van die aardbeien waar je het bakje al van leeg snoept voor je aan de bavarois begint dus. Daarnaast is slagroom een belangrijk ingrediënt. Aardbeien met slagroom dus, maar dan in een minder bekende vorm. En eigenlijk is dat heel jammer, want dit is zo’n recept voor een nagerecht dat je wel van tevoren in moet plannen (het moet minimaal 12 uur opstijven in de koelkast), maar het is een goedkoop en echt lekker dessert. Zet die aardbeienbavarois op tafel, zet er extra fruit, ijs en slagroom bij en jij geniet straks van het beste ‘sharing dinner’ (oké, nagerecht) dat je in tijden gezien en geproefd hebt.
