Appelrondo – Een heerlijke koek met verse appels voor bij de koffie. Krijg je spontaan zin in een appelrondo? Natuurlijk vind je het recept om ze zelf te maken in dit artikel.
Een appelrondo is een ouderwets lekkere koek!
Veel mensen kennen de rondo uit de supermarkt, een koek met een vulling van banketspijs en de appelrondo met kruimels. Hoe de koeken uit de supermarkt zo lang buiten de koelkast houdbaar zijn, is een ander verhaal. Houd het erop dat het beter is om gewoon verse appels in het recept van zo’n appelrondo te verwerken. Zo kun je van dat gebakmomentje ook een versfruitmomentje maken. Het is natuurlijk sowieso leuker om die koeken zelf te maken.
Omdat de koek in ringen wordt gebakken, heet het een rondo. Het grote voordeel als je zelf bakt, is dat je de vulling kan kiezen die je zelf lekker vindt. En wie houdt er nu niet heel veel van appels? Jij ook? Maak dan een appelrondo, en om het nog lekkerder te maken voeg je stukjes pecannoten toe. Zo serveer je het seizoen bij de koffie.
Zo veel mogelijk appels
Omdat je zo van appels houdt, wil je ook zo veel mogelijk appels in de appelrondo. Dit doe je door ruim de helft van de appels te raspen. Die geraspte appel bak je even, zodat het vocht er zo veel mogelijk uit gaat. Dit heeft twee voordelen: de bodem wordt niet zompig en de appel slinkt, zodat er meer in de appelrondo kan. Voor de bite gaan er in dit recept nog kleine stukjes appel en stukjes pecannoten in. Dat wordt smullen.
Geen rondo-ringen? Gebruik de cupcake tray voor dit recept!
Niet iedereen heeft rondo-, kano- of sloffenvormpjes, maar een cupcakevorm is er vaak wel. Je kunt die cupcakevorm ook gebruiken om dit recept voor appelrondo’s in te maken. Knip dan wel eerst rondjes van bakpapier voor de bodem om plakken te voorkomen; de randen kun je met een scherp mesje lossnijden. Je kunt natuurlijk ook de cupcakepapiertjes gebruiken in de tray; dit staat ook nog eens feestelijk op tafel.
Appel rondo
Ingrediënten voor dit recept
- 1 kg appels jonagold of elstar
- 95 gram gele basterdsuiker
- 150 gram boter
- 200 gram bloem
- 4 gram bakpoeder
- 1/2 theelepel kaneel
- 4 gram zout
- 2 eetlepels suiker
- 75 gram pecannoten
- 1 ei
Bereidingswijze van dit recept
Zo maak je appelrondo’s:
Houd 10 pecannoten apart en hak de rest grof.
Doe voor het deeg de suiker en de boter in een kom en meng ze kort door elkaar. Zeef de bloem, het bakpoeder en zout boven en meng dit voorzichtig zo kort mogelijk door. Kneed kort tot een bal, druk plat en leg verpakt in plastic in de koelkast.
Schil iets minder dan de helft van de appels, verwijder het klokhuis en snijd in kleine blokjes. Rasp de rest van de appel met schil grof.
Verwarm een koekenpan. Bak hierin de appelrasp met de 2 eetlepels suiker en de kaneel tot het meeste vocht verdampt is. Voeg er de blokjes aan toe en bak kort door. Voeg er de gehakte pecannoten aan toe en laat afkoelen.
Verwarm de oven voor op 180 graden.
Besmeer 10 rondo-ringen van 6 cm met boter.
Bekleed een bakplaat met bakpapier.
Kneed het deeg kort door en rol iets meer dan de helft uit tot ongeveer 5 mm dikte.
Steek met de vormpjes de bodem uit en leg opzij; dit is voor de bovenkant.
Rol nu de rest van het deeg uit en steek de bodem uit en leg die met het deeg in de vorm op de bakplaat.
Vul nu de vormpjes met de appelvulling tot iets onder de rand en druk de vulling licht aan. Het kan zijn dat je vulling overhoudt; vul ze niet te vol, anders zijn ze erg lastig heel uit de vormpjes te krijgen. De bovenkant van het deeg mag niet boven de rand uitkomen.
Leg er de plakjes deeg voor de bovenkant netjes op en besmeer dun met het losgeklopte ei. Leg op iedere appelrondo een pecannoot. Zet de plaat met rondo’s in de oven en bak ze in 20 tot 30 minuten goudbruin en gaar.
Haal de plaat uit de oven en laat de appelrondo’s afkoelen tot lauw. Draai ze om en druk voorzichtig de randen los. Duw ze nu voorzichtig van onder uit het vormpje. Draai om en leg ze op een schaal en serveer.
Tip: dit recept is ook te gebruiken voor 10 kano- of slofvormpjes van 9 cm of 8 cupcakevormen.
Tafel lekker !!
