Linzenvlaai uit Limburg. Dat is zo’n vlaai waar iedereen meteen een punt van wil. Het is een ouderwetse klassieker met een korst die meer wegheeft van koekjesdeeg dan van gistdeeg, en juist dát maakt ’m zo lekker. Je hebt geen ingewikkelde baktechnieken nodig: koelen, uitrollen, vullen met een goede jam en rustig bakken tot er een goudbruine ruit overheen ligt. De geur alleen al maakt het in de keuken gezellig; dit is huiselijkheid in de oven.
In de volksmond is linzenvlaai soms verwarrend – er komen heus geen peulvruchten aan te pas. De naam verwijst naar de Oostenrijkse Linzertorte, waar deze vlaai familie van is. Gebruik een jam die niet té zoet is, zodat het deeg en de vulling elkaar in evenwicht houden. De tweede dag is hij misschien wel het allerlekkerst: dan is de jam net wat dieper in het deeg getrokken en is de smaak rond en vol. Serveer met een toefje ongezoete slagroom of gewoon zo, bij koffie of thee.
Hoofdgroep
Dieet
Linzenvlaai
Ingrediënten voor dit recept
- 170 gram boter
- 360 gram bloem
- 200 gram basterdsuiker
- 2 eieren
- snufje zout
- 4 eetlepels melk
- 16 gram bakpoeder
- 15 gram vanille suiker
- ongeveer 500 gram van de lekkerste jam die je kunt vinden, liefst een minder zoete variant.
- grove suiker
Bereidingswijze van dit recept
Zo maak je Limburgse linzenvlaai:
Zeef de bloem met de bakpoeder en het zout boven een grote kom.
Roer er de suiker en de vanillesuiker doorheen.
Klop de eieren los en doe ¾ ervan samen met de boter en de melk bij de bloem.
Roer dit er voorzichtig met de kneedhaken van de mixer doorheen tot een deegbal ontstaat.
Maak van het deeg een plat vierkant en verpak dit in huishoudfolie.
Leg minimaal 2 uur koel weg.
Smeer de vlaaivorm in met boter en bestuif met wat bloem.
Kneed de deegbal even door en rol ¾ van het deeg uit op een met bloem bestoven werkblad en bekleed hiermee de bodem.
Druk het deeg voorzichtig in de hoeken en snijd de resten aan de bovenkant netjes af.
Klop de jam even door en verdeel deze over de deegbodem.
Rol de rest van het deeg uit en snijd er brede repen van en leg deze kruislings over de vlaai.
Zet de vlaai nog een half uurtje in de koelkast.
Bestrijk dan de bovenkant met het overgebleven ei en bestrooi royaal met grove suiker.
Bak de vlaai ongeveer een half uur in een oven van 180 graden Celsius tot de vlaai mooi goudbruin van kleur is.
Haal de vlaai uit de oven maar nog niet direct uit de vorm.
Laat deze eerst een beetje afkoelen, ongeveer 30 minuten tot de vlaai wat steviger is.
Leg dan een bord op de vlaai en keer deze snel om, haal de vorm eraf en leg er een rooster op, draai nu vlug weer om voordat de vulling uit de vlaai loopt.
Laat nu volledig afkoelen.
Snijd de linzenvlaai in 10 of 12 punten.
Tafel lekker !!
