Belgische suikerwafels; de enige echte! – Als we in het Belgische landje gaan shoppen wordt je steeds naar kraampjes met die heerlijke geuren van suikerwafels geloodst. Een Luikse wafel, ook wel suikerwafel of Gaufre de Liège genoemd, is een Belgisch gerecht, dat zijn oorsprong vindt in de Belgische stad Luik. Waar een Brusselse wafel rechthoekig is, is een Luikse wafel vaak ruitvormig of ovaal van vorm. Ook is de parelsuiker een belangrijk kenmerk van de Luikse suikerwafel.
Suikerwafels worden gemaakt van een gistdeeg waarin parelsuiker wordt verwerkt. Er zijn oneindig veel recepten van deze lekkernijen, maar deze geniet nog steeds mijn voorkeur. Gebakken kun je ze perfect te bewaren in een koekentrommel. Ze zijn heerlijk als ze lichtjes worden opgewarmd voor het serveren. Eventueel kun je ze met een beetje warme chocolade bedruipen.
Let op! 2 recepturen, lees dus eerst goed!
Belgische suikerwafels; dit heb je nodig:
- 3 eieren
- 25 gr suiker
- 20 gr vanillesuiker
- 10 gr bakpoeder
- 75 gr gist
- 500 gr parelsuiker , manueel onder te kneden !!!!
- 500 gr roomboter
- 750 gr bloem
- Een snuifje zout
Doe de bloem, suiker, bakpoeder, vanillesuiker, eieren en de gist in een mengkom, heb je een deegmachine dan meng je dit met de deeghaak. Anders gebruik je de handmixer met de deeghaken.
Doe de roomboter even in de magnetron om tot het smeerbaar is maar niet gesmolten. Meng dit met rest van de massa. Als laatste doe je er het zout bij. Meng dit nog 5 minuten zodat het een bol vormt.Deze massa uit de mengkom halen en met de hand de parelsuiker erdoorheen mengen. Verdeel nu het deeg in bolletjes van ongeveer een 75 gr. en leg ze op een plaat. Laat ze onder een handdoek 30 min rusten en rijzen.
Het wafelijzer verwarmen en de bolletjes per 2 bakken. Het deeg hoeft niet lang te bakken op tijd controleren is dus de boodschap. Wanneer ze mooi goudbruin zijn geworden, zijn ze gaar.
Belgische suikerwafels Receptuur 2
Op bovenstaand recept hebben wij heel veel reacties gekregen. Toch staan wij vierkant achter dit recept. Bovenstaande wafels zijn lekkerder, maar kunnen snel breken of brokkelen. Onderstaande receptuur is een aangepaste receptuur. Wil je zeker zijn dat je wafels lukken? Pak dan deze tweede receptuur. Ga je voor smaak? Dan raden we je nog altijd de bovenste receptuur aan.
Voor ongeveer 15 stuks
- 500 patentbloem
- 100 gram suiker
- 50 gram honing
- 250 gram zachte roomboter
- 150 gram lauwwarme melk
- 35 gram gist
- 10 gram zout
- 2 eieren
- 1 zakje vanillesuiker
- 10 gram bakpoeder
- 250 gram parelsuiker
Doe de bloem, zout, bakpoeder, suiker en vanillesuiker in een grote kom van een stand mixer als je deze hebt. Roer dit door elkaar. Doe in een andere kom de melk, honing, gist en roer dit door elkaar tot de gist is opgelost. Voeg er de eieren aan toe en roer goed door. Doe dit bij de bloem, voeg de boter nu ook toe en kneed met de stand mixer of met de handmixer met kneedhaken tot een soepel deeg, minimaal 5 minuten. Voeg de parelsuiker eraan toe en kneed deze er kort met de hand door. Zet afgedekt een kwartiertje opzij en zet de wafel pan, een pannenkoekmes om de wafels eruit te halen en een rekje om de wafels op te leggen klaar. Verdeel het deeg in balletjes van ongeveer 85 gram. Het deeg is vrij plakkerig, het vormen van de balletjes gaat het beste met vochtige handen. Ze hoeven echt niet mooi rond te worden het gaat erom dat de porties verdeeld zijn. Laat nog een kwartiertje rusten. Verwarm de pan en begin met bakken als de pan heet is. De meeste pannen geven aan wanneer de wafels gaar zijn. Is dit bij jou pan niet zo dan kun je het vaak zien als de stoom begint te minderen. De Belgische suikerwafels hoeven niet heel lang te bakken dus tijdig controleren.
Tafel lekker!
