Borrelspiesje van ossenworst. Een “uitstapje” naar Amsterdam, aan jouw borreltafel!
Ossenworst wordt traditioneel gemaakt van gerijpt en gerookt rundvlees. Het dankt zijn naam aan het feit dat het heel vroeger vooral van ossenvlees werd gemaakt, volgens Joodse traditie. Kruidige specerijen zoals peper, foelie, kruidnagel en nootmuskaat leveren de typerende smaak van een échte Amsterdamse ossenworst. Tegenwoordig laat men het roken en rijpen vaak achterwege en wordt enkel mager rundvlees gebruikt als basis voor de ossenworst.
Tafelzuur past perfect bij de smaak en de textuur van de ossenworst; het is immers rauw vlees. Bij een steak tartare bijvoorbeeld, serveer je ook dat zuurtje, zoals een ingelegde augurk en een zilveruitje, een kappertje. Geloof ons, het Amsterdamse uitje en zijn vriendje augurk passen qua smaken perfect bij het borrelspiesje van ossenworst!
Welk tafelzuur kies je voor bij de borrelspiesjes?
Amsterdamse uitjes zijn felgele, knapperige, zure smaakparels. Het zijn zilveruitjes, ingelegd in azijn met specifieke specerijen. Ze verschillen van zilveruitjes door de specifieke specerijen die worden gebruikt, met name saffraan en kurkuma, waardoor ze zo mooi felgeel van kleur worden.
Op een echte Amsterdamse borrelplank zal een plakje ossenworst, vergezeld van een Amsterdams uitje, en eventueel een ingelegd augurkje niet ontbreken.
Wil je eens uitpakken met een traditioneel Amsterdams borrelhapje, maar dan toch even anders? Maak dan eens de borrelspiesjes van ossenworst met Amsterdamse uitjes en augurkjes. Kies voor lokale producten. Je serveert er ook nog een mosterdmayonaise bij, gemaakt met grofgemalen echte Zaanse graanmosterd en Zaanse mayonaise.
Zo serveer je met de borrelspiesjes van ossenworst alweer een heerlijk zelfgemaakt gerechtje, met helemaal Nederlandse producten! En, je kunt dit hapje perfect even van tevoren klaarmaken en in de koelkast bewaren tot je aan de borrel gaat. En dan serveer je je borrelspiesjes van ossenworst met augurken en Amsterdamse uitjes, lekker makkelijk en op “zijn Janboerenfluitjes”.
