In de zomer worden scones en taartjes nog lekkerder met een zelfgemaakte curd van verse frambozen. In een halfuurtje maak je de frambozencurd helemaal zelf en als je dan wat meer maakt, heb je ook een lekkere aanvulling voor je ontbijt. Want een laagje van deze curd is heerlijk op een dikke plak vers brood. We hebben het hier natuurlijk over een variant op de bekende lemoncurd.
De curd van verse frambozen kun je zelf op smaak brengen. Dat is altijd lekkerder dan kant-en-klare potjes curd. Een frambozencurd ga je sowieso niet in de winkel vinden, dus door die zelf te maken geef je jouw gerechten echt een eigen twist. Bedenk maar even wat je er allemaal mee kunt. We noemden de scones en taartjes al, maar doe de curd ook op pannenkoeken, op cake of geef het bij poffertjes. Je kunt er heel veel mee, en als je het eenmaal gemaakt hebt, komen daar vanzelf nieuwe ideeën bij.
De curd van verse frambozen kun je in een schone, goed afsluitbare pot in de koelkast bewaren. Maak vooral een dubbele portie, want deze curd van verse frambozen is zo op!
Curd van verse frambozen
Ingrediënten voor dit recept
- 250 gram verse frambozen
- 2 eetlepels water
- 15 ml limoensap
- 275 gram suiker
- 7 eidooiers
- 1/2 theelepel zout
- 150 gram roomboter
Bereidingswijze van dit recept
Kook de frambozen met 2 eetlepels water 1-2 minuten tot ze hun sap loslaten.
Giet de frambozen door een zeef om de pitjes te verwijderen.
Druk met een lepel het sap eruit en schud de zeef goed om zoveel mogelijk sap te verkrijgen.
Weeg 150 gram van het sap af en doe dit in een pannetje met dikke bodem.
Voeg de suiker, het limoensap, het zout en de eidooiers toe en roer goed door.
Snijd de boter in kleine blokjes en voeg deze toe aan het mengsel.
Zet de pan op middelhoog vuur en blijf roeren om klonten en aanbranden te voorkomen.
Blijf roeren tot de curd dikker wordt, ongeveer bij 80 graden. Test de dikte door met je vinger een streep op een spatel te trekken; als de streep blijft staan, is het klaar.
Giet de hete curd in glazen potjes en sluit ze direct af.
