Gekookte, kruimige aardappelen zijn echt anders dan gekookte, vastkokende aardappelen. Als je weet hoe je met de verschillende kooktypen omgaat, zet je altijd een lekkere aardappel op tafel. Want aardappels koken is eigenlijk echt een ambacht. Door te weten wat je doet, bereik je een beter resultaat. Die “gewone” aardappel wordt dan bij jou aan tafel wel gewaardeerd.
Nederland, aardappelland
Al jarenlang is Nederland een echt aardappelland. De komst van pasta en rijst heeft ons eetpatroon een beetje op z’n kop gezet. De aardappel raakt steeds meer verdrongen in ons menu. Maar komt dat eigenlijk wel door die pasta en rijst? Of komt het doordat we de aardappel minder waarderen? Tegenwoordig vind je in de supermarkt zakken aardappelen onder de noemer vastkokende aardappelen of kruimige aardappelen. Maar welk ras aardappel zit er dan in die zak? Daarnaast is er een groot assortiment aan panklare aardappelen. Ons advies? Niet doen! Tenminste, als je echt lekker wil eten, en als je die aardappel wel weer wil gaan waarderen. Want eerlijk is eerlijk, die aardappel heeft echt heel veel voedingswaarde en hij maakt uiteindelijk je maaltijd voordeliger.
Ras- en kooktypeverschil
Geen supermarktaardappelen, geen panklare aardappelen, maar wat dan wel? Ga eens kijken bij een echte aardappelleverancier. Je vindt ze op de markt of online. Als je die optie niet hebt, is een groentespecialist ook een goede keus. Koop een ras aardappel. In dit recept vind je de basis van het koken van een kruimige aardappel. Zoek dan naar een Irene, een Dore of een Eigenheimer. Dat zijn superkruimige en lekkere aardappels. Dat “kruimige” betekent eigenlijk alleen maar dat er meer zetmeel in die aardappel zit. Daardoor vallen ze tijdens het koken makkelijk uit elkaar. Dat zetmeel zorgt er ook voor dat ze meer binding geven aan een stamppot of aan een aardappelpuree. Die grotere hoeveelheid zetmeel betekent ook dat je ze anders moet koken, en dat wordt vaak onderschat. Daarom vind je hier een basisrecept voor het koken van kruimige aardappels als de Irene, de Doré en de Eigenheimer.
