1.Smelt 50 gram reuzel in een sauteerpan. Als de reuzel goed heet is, voeg je de stukken vlees (behalve de rookworst) toe. Bak de stukken vlees rondom bruin.
2.Terwijl het vlees bakt, maak je de groenten schoon.
3.Haal de buitenste blaadjes van de spruiten.
4.Schil de winterpenen en snijd ze in hapklare stukken.
5.Schil de rapen en snijd ze in hapklare stukken.
6.Pel de uien en snijd ze in vieren.
7.Ontdoe de groene kool van de buitenste bladeren en snijd hem in grove repen.
8.Schil de aardappelen en zet die nog even weg in koud water.
9.Als het vlees rondom bruin gebakken is, haal je het uit de hapjespan en laat je het even afkoelen, tot het net genoeg is afgekoeld om het te kunnen snijden.
10.Stoof intussen de groenten, behalve de aardappelen, aan in het overgebleven braadvet in de hapjespan.
11.Snijd intussen de vleesribben van elkaar los. Snijd het buikspek in grote dobbelsteentjes. Snijd de karbonades in 2 à 3 stukken. Laat de schenkel heel; die wordt zo zacht dat hij bijna uiteenvalt.
12.Neem een grote stoofpot en smelt de overige 50 gram reuzel.
13.Voeg, als de reuzel gesmolten is, alle groenten, behalve de aardappelen, toe.
14.Voeg het gesneden vlees, behalve de rookworst, toe.
15.Blus af met het trappistenbier.
16.Voeg de tijm en de laurier toe, doe het deksel op de pan en laat 2 uur stoven op zacht vuur.
17.Giet de aardappelen af en voeg ze toe.
18.Snijd het vel van de rookworst overlangs open, zodat je de worst straks makkelijk kan ontvellen. Maak inkepingen in de worst om bij het serveren makkelijk in plakjes te kunnen verdelen. Leg als laatste de rookworst in de stoofpan. Laat het geheel nog 1 uur verder sudderen.
19.Kruid af met zout en peper uit de molen naar smaak en serveer.
20.Vergeet niet een pot lekkere Limburgse mosterd op tafel te zetten.