Deze kaaskroket met ossekop is zo’n borrelhap waarmee je iedereen verrast. De buitenkant wordt heerlijk knapperig, de binnenkant blijft romig en vol smaak. Met Ossekop kies je bewust voor lokaal: een zachte Nederlandse kaas (uit Oss) met een romigheid die heerlijk is in een kroket. Het recept is duidelijk, de stappen zijn kort en haalbaar. Je maakt kleine, gelijke kroketjes, paneert ze zorgvuldig en frituurt in kleine porties. Zo krijg je het mooiste resultaat.
In deze kaaskroket met ossekop zorgt een goede roux, een dubbellaags paneer en de juiste frituurtemperatuur voor een goed resultaat. De roux lijkt koud stevig, maar wordt bij het bakken heerlijk diklopend. De gelatine helpt je vooral met vormen en paneren. En door kleine porties te bakken, blijft de olie op temperatuur en springen ze niet open. Serveer de kroketjes met een simpele mosterdmayo of een frisse kruidenyoghurt. Dit is een lokaal, eerlijk borrelhapje dat je echt met trots maakt en serveert. Perfect voor een verjaardag, borrel of als klein voorgerechtje bij een etentje thuis.
Kaaskroket met Ossekop
Ingrediënten voor dit recept
- 75 gram Ossekop
- 35 gram boter
- 100 gram bloem
- zout en peper
- mespuntje nootmuskaat
- 100 ml volle melk
- 5 gram gelatine
- 2 eiwitten
- 50 gram paneermeel
- 50 gram panko
- zonnebloemolie om in te frituren
Bereidingswijze van dit recept
Zo maak je de kaaskroket met Ossekop:
Leg de ossekop in de diepvries om hem later gemakkelijker te kunnen raspen.
Laat de gelatine weken in koud water.
Rasp de ossekop.
Smelt de boter in een steelpan. Voeg 50 gram bloem toe en roer goed door elkaar. Laat het mengsel kort koken tot er een laagje op de bodem van de pan vormt. Voeg geleidelijk de melk toe tot je een dikke roux krijgt. Knijp de gelatine uit en roer deze door de roux. Roer de geraspte ossekop door de roux. Breng op smaak met zout, peper en nootmuskaat. Schep de ragout op een bord en dek af met plasticfolie. Laat minimaal 3 uur opstijven in de koelkast.
Verdeel de ragout in porties van 20 gram en rol er met bebloemde handen kleine kroketjes van.
Zet drie borden klaar: één met de overige 50 gram bloem, één met losgeklopte eiwitten met een snufje zout, en één met een mengsel van paneermeel en panko.
Haal de kroketjes eerst door de bloem, dan door het eiwit en vervolgens door het paneermengsel. Herhaal het paneren met eiwit en paneermengsel voor een extra krokant laagje.
Leg de gepaneerde kroketjes in de diepvries tot je ze gaat frituren.
Verhit zonnebloemolie tot 170 graden en bak de kroketjes in 2 of 3 porties ongeveer 3 minuten tot ze goudbruin zijn. Laat ze daarna nog 3 minuten rusten. Serveer de kroketjes warm.
Tafel lekker !!
