Knolselderij is lekker stevige winterkost. Knolselderij is de stevige knol van de selderijplant. De knol groeit voor een deel onder de grond en wijkt daarin af van zijn familieleden: de bladselderij en bleekselderij. De knol is bruingeel van kleur, het vruchtvlees is lichter en heeft een milde, kruidige smaak. Vooral de knol is belangrijk voor de teelt, maar je kunt ook de bladeren eten, bijvoorbeeld in de soep. Je kan er zeker iets anders mee dan alleen in blokjes in de erwtensoep!!!
Zo maak je knolselderijsoep
Soep voor 4 tot 6 personen
- 1 grote knolselderij (700 g)
- 2 tenen knoflook, fijn gesneden
- 1 liter rundvlees bouillon
- 250 g kruimige aardappels, geschild
- 2 eetlepels olijfolie
- 1 ui, gesnipperd
- 2 eetlepels verse peterselie plat fijn gesneden
- stukje spek
- versgemalen peper
Snijd de knolselderij in plakken. Schil de plakken en snijd ze in blokjes. Snijd de aardappelen ook in blokjes. Verhit de olijfolie in een soeppan en bak de ui, de knoflook, de knolselderij- en aardappelblokjes al omscheppend 3-4 minuten op matig hoog vuur. Schenk de bouillon erbij, breng het geheel aan de kook en laat het in 20 minuten zachtjes gaar koken. Pureer alles met een staafmixer tot een gladde, licht gebonden soep. Warm de soep nog 10 minuten zachtjes door. Breng op smaak met zout en (versgemalen) peper. Schep de knolselderijsoep in kommen en zet deze op borden. Strooi de peterselie in de soep en maal er nog wat peper boven. Snijd het stukje spek in plakken. Bak even heel kort uit in een droge koekenpan en serveer op de soep.
Tip: Serveer er geroosterd brood, stokbrood met kruidenboter of roggebrood met spek bij.
