Limburgse kersenvlaai is een klassieker die je met dit recept makkelijk zelf kunt maken. De vulling van verse Hollandse zure kersen geeft de vlaai die unieke frisse smaak. Het raster van deeg bovenop maakt het helemaal af. Gebruik echt zomers fruit uit de boomgaard voor een vlaai waar je trots op bent.
In plaats van een kant-en-klare taart maak je iets dat een verhaal heeft. De Limburgse kersenvlaai is een baktraditie die iedereen kan leren. Deeg maken, laten rijzen en zelf de vulling koken: het is niet moeilijk, je hebt alleen even tijd nodig. En dat loont, want deze vlaai smaakt echt naar zomer en gezelligheid. Serveer ‘m bij de koffie, of als afsluiter van een etentje in de tuin. Gebruik bij voorkeur verse zure kersen – dan proef je pas echt het verschil.
Limburgse kersenvlaai
Ingrediënten:
- 350 gram bloem
- 50 gram zachte boter
- 10 gram gedroogde of 30 gram verse gist
- 1 ei
- 80 ml lauwwarme melk
- 50 + 150 gram suiker
- 7 gram zout
- 1 kg verse zure kersen
- 2 eetlepels maizena
- 100 gram grove suiker
Zo maak je Limburgse kersenvlaai:
Maak de vulling minimaal 2 uur vooraf omdat die op kamertemperatuur verwerkt moet worden. Is de vulling te koud? Dan rijst de vlaai niet goed. Is de vulling nog warm? Dan krijg je een te dikke bodem.
Was de kersen en ontpit ze. Let er goed op dat je ook echt alle pitten verwijderd. Vang het eventuele sap op.
Doe de kersen in een grote pan met een kopje water en breng aan de kook. Meng de 150 gram suiker met de maizena. Los dat op in een beetje water en roer dat door de koude massa. Breng het al roerende aan de kook en laat even goed doorkoken.
Doe de kersenvulling in een kom, dek af en zet opzij om af te koelen.
Proef voordat je de vlaai gaat bakken of de kersenvulling zoet genoeg is.
Los de gist samen met de suiker op in lauwe melk (lichaamstemperatuur).
Doe de bloem in een kom en voeg er het gistmengsel en het ei aan toe. Kneed dit kort door.
Voeg er de zachte boter en het zout aan toe en kneed in ongeveer 10-15 minuten tot een soepel deeg.
Verdeel het deeg in 2 porties, de ene iets groter dan de andere en bol die mooi op. Laat ze afgedekt op een warme plaats ongeveer een uurtje rijzen tot er duidelijk meer volume in zit.
Besmeer een vlaaiplaat van 28 cm in met een beetje boter.
Duw de lucht uit de grootste bol en rol ook die uit tot een mooie egale plak. Bekleed hiermee de vlaaiplaat. Laat de randen overhangen, rol ze nog niet af.
Prik met een vork een paar gaatjes in de bodem. Vul de vlaai met de kersenvulling.
Rol nu de andere bol deeg uit tot een mooie egale plak van ongeveer 30 cm doorsnede. Snijd er met een scherp mes of een pizzasnijder mooie gelijkmatige reepjes van.
Leg de reepjes om en om op de vlaaivulling (zie foto). Duw de overhangende randen eraf en zet de vlaai op een warme plek om te rijzen. Dit kan afhankelijk van de temperatuur 30 minuten tot een uur zijn.
Verwarm de oven voor op 200 graden.
Spray met een schone plantenspuit lichtjes water over de vlaai en bestrooi die met de grove suiker. Doe dit vlak voor de vlaai de oven in gaat omdat de suiker anders smelt.
Bak de kersenvlaai in ongeveer 20 minuten goudbruin en gaar.
Haal de vlaai zo snel mogelijk uit de vorm. Dit gaat het beste met een pannenkoekenmes of glaceermes en een rond karton. Steek het mes voorzichtig onder de vlaai en schuif er het karton onder. Schuif dit snel op een rooster om verder af te laten koelen.
Leg de afgekoelde vlaai op een groot bord of schaal en snijd de vlaai in 10 punten en geniet.
Tafel lekker !!
Limburgse kersenvlaai maken is iets waar je plezier in krijgt zodra je het een keer hebt gedaan. Zeker als je werkt met verse Hollandse kersen uit het seizoen. Daarmee geef je de vulling meer smaak én meer structuur. Verse zure kersen zijn wat kleiner en steviger dan de kersen uit een pot. Daardoor blijft je vlaai mooi in vorm en wordt het geen natte boel.
Limburgse kersenvlaai bakken met vers fruit
Gebruik altijd goed rijpe zure kersen. Koop ze in het seizoen bij de boomgaard of op de markt. Je maakt de vulling een paar uur vooraf, zodat die goed kan afkoelen voor het bakken. Daarmee voorkom je een slappe bodem. De vulling bind je met een beetje maizena en suiker. Proef vooral of je het zoet genoeg vindt – verse kersen verschillen in zuurtegraad.
Het deeg maak je van bloem, melk, gist, ei en boter. Laat het goed rijzen en werk netjes. Door het deeg in tweeën te delen kun je de bodem en het raster eenvoudig opbouwen. Als je geen raster wil maken, kun je de bovenkant ook afdekken met kruimels of een volledige plak deeg met wat suiker erop. Zo kun je met dit recept meerdere variaties maken.
Geef je Limburgse kersenvlaai een persoonlijk tintje
Een zelfgemaakte Limburgse kersenvlaai is niet alleen lekker, maar ook een mooi gebaar. Serveer de vlaai op een grote schaal en snijd hem aan tafel. Je kunt hem ook meenemen naar een verjaardag of picknick. Laat de vlaai volledig afkoelen op een rooster voordat je hem serveert. Bewaar restjes afgedekt in de koelkast – zo blijft hij nog een dag of twee goed.
Heb je meer kersen geplukt dan nodig? Vries ze dan zonder pit in voor later. Zo kun je ook buiten het seizoen een keer kersenvlaai bakken. En als je vaker bakt: maak een dubbele portie deeg en bewaar een deel in de vriezer. Limburgse kersenvlaai bakken hoeft niet moeilijk te zijn – het is vooral een kwestie van doen. En daarna samen genieten.
Limburgse kersenvlaai
Ingrediënten voor dit recept
- 350 gram bloem
- 50 gram zachte boter
- 10 gram gedroogde of 30 gram verse gist
- 1 ei
- 80 ml lauwwarme melk
- 50+150 gram suiker
- 7 gram zout
- 1 kg verse zure kersen
- 2 eetlepels maizena
- 100 gram grove suiker
Bereidingswijze van dit recept
Maak de vulling minimaal 2 uur vooraf omdat die op kamertemperatuur verwerkt moet worden. Is de vulling te koud? Dan rijst de vlaai niet goed. Is de vulling nog warm? Dan krijg je een te dikke bodem.
Was de kersen en ontpit ze. Let er goed op dat je ook echt alle pitten verwijderd. Vang het eventuele sap op.
Doe de kersen in een grote pan met een kopje water en breng aan de kook. Meng de 150 gram suiker met de maizena. Los dat op in een beetje water en roer dat door de koude massa. Breng het al roerende aan de kook en laat even goed doorkoken.
Doe de kersenvulling in een kom, dek af en zet opzij om af te koelen.
Proef voordat je de vlaai gaat bakken of de kersenvulling zoet genoeg is.
Los de gist samen met de suiker op in lauwe melk (lichaamstemperatuur).
Doe de bloem in een kom en voeg er het gistmengsel en het ei aan toe. Kneed dit kort door.
Voeg er de zachte boter en het zout aan toe en kneed in ongeveer 10-15 minuten tot een soepel deeg.
Verdeel het deeg in 2 porties, de ene iets groter dan de andere en bol die mooi op. Laat ze afgedekt op een warme plaats ongeveer een uurtje rijzen tot er duidelijk meer volume in zit.
Besmeer een vlaaiplaat van 28 cm in met een beetje boter.
Duw de lucht uit de grootste bol en rol ook die uit tot een mooie egale plak. Bekleed hiermee de vlaaiplaat. Laat de randen overhangen, rol ze nog niet af.
Prik met een vork een paar gaatjes in de bodem. Vul de vlaai met de kersenvulling.
Rol nu de andere bol deeg uit tot een mooie egale plak van ongeveer 30 cm doorsnede. Snijd er met een scherp mes of een pizzasnijder mooie gelijkmatige reepjes van.
Leg de reepjes om en om op de vlaaivulling (zie foto). Duw de overhangende randen eraf en zet de vlaai op een warme plek om te rijzen. Dit kan afhankelijk van de temperatuur 30 minuten tot een uur zijn.
Verwarm de oven voor op 200 graden.
Spray met een schone plantenspuit lichtjes water over de vlaai en bestrooi die met de grove suiker. Doe dit vlak voor de vlaai de oven in gaat omdat de suiker anders smelt.
Bak de kersenvlaai in ongeveer 20 minuten goudbruin en gaar.
Haal de vlaai zo snel mogelijk uit de vorm. Dit gaat het beste met een pannenkoekenmes of glaceermes en een rond karton. Steek het mes voorzichtig onder de vlaai en schuif er het karton onder. Schuif dit snel op een rooster om verder af te laten koelen.
Leg de afgekoelde vlaai op een groot bord of schaal en snijd de vlaai in 10 punten en geniet.
Tafel lekker !!
