Zodra je het over vlaai hebt, denk je al snel aan Limburg. Niet zo gek ook, want sinds begin 2024 is de Limburgse vlaai officieel erkend met een beschermde status. Alleen vlaaien die écht in Limburg gebakken zijn, mogen die naam dragen. Maar dat betekent natuurlijk niet dat je thuis geen rijstevlaai volgens traditioneel recept mag maken. Juist wel! En dat is precies wat dit recept doet: het komt uit het Limburgs Vlaaienboek van Nettie Engels Geurts uit 1979 – een boekje boordevol authentieke recepten uit de streek.
De Limburgse rijstevlaai staat bekend om zijn rijke, romige rijstvulling. Je maakt ‘m met paprijst die je rustig kookt in melk. Zo krijg je een stevige maar smeuïge basis. Daarna meng je er eidooiers en stijfgeklopt eiwit doorheen – dat geeft de vulling net dat luchtige, bijna mousse-achtige effect. De vulling bak je mee in de oven, dus alles komt mooi samen in één stevige vlaaibodem.
En die bodem? Die maak je natuurlijk zelf. Geen mix, geen prefab deeg, maar gewoon bloem, verse gist, boter, melk en ei. Dat klinkt misschien als gedoe, maar valt reuze mee. Even kneden, laten rijzen en klaar. Zo proef je het verschil met gemak.
Let op dat je een vlaaivorm gebruikt die wat hoger is – zo’n 3 tot 3,5 centimeter – want de rijstvulling zet uit tijdens het bakken. Te laag, en je loopt het risico dat de vulling overkookt.
Is de vlaai afgekoeld, dan mag de slagroom erop. Zelf geklopt, met een beetje suiker. En dan die chocoladevlokken… die maken het af. Serveer hem zoals een echte Limburger: in 10 punten. En hou je rijstepap over? Doe ‘m in een ovenschaaltje met wat fruit en bak gewoon mee. Geen verspilling, wel extra lekker.
Limburgse rijstevlaai
Ingrediënten voor dit recept
- 250 gram bloem
- 15 gram verse gist
- 75 ml melk
- 25 gram ei
- 30 gram boter
- 30 gram suiker
- 4 gram zout
- 120 gram paprijst
- 1 liter melk
- 4 eieren
- 130 gram suiker
- 1 zakje vanillesuiker
- een snufje zout
- 500 gram slagroom
- 100 gram chocoladevlokken of een reep chocolade
Bereidingswijze van dit recept
Kook de rijst met de melk 50 gram suiker en een snufje zout in ongeveer 3 kwartier goed gaar. Laat de rijst afkoelen tot lauw en maak ondertussen het deeg.
Los de verse gist samen met de 30 gram suiker op in de lauwe melk.
Voeg dit samen met het ei bij de bloem en meng tot het vocht is opgenomen.
Voeg er nu de boter aan toe en kneed tot een soepel deeg. Doe het deeg in een kom, dek af met een doek en laat het op een warme en tochtvrije plek een uurtje rijzen tot de hoeveelheid verdubbeld is. Kneed even door, maak er een bol van en leg er een doek over.
Verwarm de oven voor op 200 graden.
Smeer de vlaaipan in met boter.
Scheid de eieren en roer de dooiers los met 40 gram suiker en de vanillesuiker. Roer het dooiermengsel door de rijstepap tot dit heel goed gemengd is.
Rol het deeg met een klein beetje bloem uit tot een dunne lap die iets groter is dan de vorm en leg hem in de vorm. Duw het deeg netjes in de hoeken en druk aan bij de randen. Prik met een vork een paar gaatjes in de bodem.
Rol met de deegroller of snij met een mes het overtollige deeg af.
Klop de eiwitten stijf en schep er beetje bij beetje tijdens het kloppen 40 gram suiker bij. Schep voorzichtig het opgeklopte eiwit door het rijstmengsel, maar zo dat er geen vlokken eiwit meer te zien zijn.
Vul de deegbodem tot een paar mm onder de rand en bak de vlaai in 20 – 25 minuten goudbruin en gaar. Doe de vorm niet te vol, want de rijst komt omhoog tijdens het bakken.
Laat de vlaai een beetje afkoelen en haal hem er dan met een paletmes en een karton of bodem van een springvorm uit. Laat geheel afkoelen. Klop de slagroom met 50 gram suiker stijf en spuit of smeer dat over de Limburgse rijstevlaai.
Strooi chocoladevlokken over de Limburgse rijstevlaai met slagroom en strooi er eventueel poedersuiker over.
Tip: Eventuele overgebleven rijstepap is erg lekker als nagerecht. Doe het samen met wat fruit in een ovenschaaltje en bak dit met de vlaai mee.
Tafel lekker !!
