Limburgse rijstevlaai – Als je wel eens in Limburg bent geweest, dan heb je vast ook al eens vlaai gegeten. Er zijn heel veel soorten vlaai, de kersen, abrikozen, appel, kruimel en niet te vergeten rijstevlaai, zijn de vlaaien die het meest verkocht worden. De vlaaien worden zowel met als zonder slagroom verkocht. De Limburgse rijstevlaai wordt meestal met slagroom verkocht, en dat is niet zo vreemd, want een rijstevlaai met slagroom met die heerlijke chocoladevlokken erover is dan ook wel heel erg lekker.
Heerlijk smeuïge Limburgse rijstevlaai
Als je ooit echt goede Limburgse rijstevlaai hebt gegeten, dan weet je dat die vlaai gevuld is met een heerlijk smeuïge rijstepap. Die rijstepap wordt eerst gekookt, waarna hij wordt omgeschept met luchtig geklopte eieren, voor een heerlijk luchtige vulling. Die vulling wordt met de vlaai meegebakken. Het is een vrij bewerkelijke vlaai om te maken, maar het is het werk meer dan waard.
De Limburgse vlaai is sinds kort beschermd en mag alleen nog maar in Limburg gebakken worden
Beschermde status
Sinds januari 2024 heeft de Limburgse rijstevlaai, net als de andere Limburgse vlaaien, een beschermde status. Hij mag alleen nog Limburgse vlaai heten als hij in Limburg gebakken is. Dus als je de vlaai in bijvoorbeeld Utrecht bakt, kun je hem niet als Limburgse vlaai verkopen. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat je thuis geen vlaai naar Limburgs recept kan bakken.
Een echte Limburger snijdt een vlaai in 10 punten
Het vlaaiendeeg
Een vlaaiendeeg is een luxe deeg, waar vrij veel boter en soms ook eieren in zitten. Iedere bakker heeft hiervoor zijn eigen recept. Het recept dat hier gebruikt wordt komt uit het Limburgs Vlaaienboek, van Nettie Engels Geurts uit 1979.
Als je een rijstevlaai wil maken, dan gebruik je hetzelfde deeg als er voor de kers, abrikoos of kruimelvlaai gebruikt wordt. Er is echter één groot verschil, Limburgse rijstevlaai wordt gebakken in een andere vlaaipan dan de rest van de vlaaien. De vlaaipan voor de rijstevlaai is namelijk hoger. De meeste vlaaipannen zijn 26 tot 30 cm doorsnede, voor de gewone vlaai zijn ze 2-2 ½ cm hoog, voor de rijstevlaai is dit 3-3 ½ cm. Om de vulling smeuïg te houden moet de laag rijstepap dik genoeg zijn. De rijstepap neemt tijdens het bakken ook nog in volume toe. Zou je een lage vlaaipan nemen, dan is de kans op overkoken of uitdrogen vrij groot.
Limburgse rijstevlaai
Ingrediënten voor dit recept
- 250 gram bloem
- 15 gram verse gist
- 75 ml melk
- 25 gram ei
- 30 gram boter
- 30 gram suiker
- 4 gram zout
- 120 gram paprijst
- 1 liter melk
- 4 eieren
- 130 gram suiker
- 1 zakje vanillesuiker
- een snufje zout
- 500 gram slagroom
- 100 gram chocoladevlokken of een reep chocolade
Bereidingswijze van dit recept
Kook de rijst met de melk 50 gram suiker en een snufje zout in ongeveer 3 kwartier goed gaar. Laat de rijst afkoelen tot lauw en maak ondertussen het deeg.
Los de verse gist samen met de 30 gram suiker op in de lauwe melk.
Voeg dit samen met het ei bij de bloem en meng tot het vocht is opgenomen.
Voeg er nu de boter aan toe en kneed tot een soepel deeg. Doe het deeg in een kom, dek af met een doek en laat het op een warme en tochtvrije plek een uurtje rijzen tot de hoeveelheid verdubbeld is. Kneed even door, maak er een bol van en leg er een doek over.
Verwarm de oven voor op 200 graden.
Smeer de vlaaipan in met boter.
Scheid de eieren en roer de dooiers los met 40 gram suiker en de vanillesuiker. Roer het dooiermengsel door de rijstepap tot dit heel goed gemengd is.
Rol het deeg met een klein beetje bloem uit tot een dunne lap die iets groter is dan de vorm en leg hem in de vorm. Duw het deeg netjes in de hoeken en druk aan bij de randen. Prik met een vork een paar gaatjes in de bodem.
Rol met de deegroller of snij met een mes het overtollige deeg af.
Klop de eiwitten stijf en schep er beetje bij beetje tijdens het kloppen 40 gram suiker bij. Schep voorzichtig het opgeklopte eiwit door het rijstmengsel, maar zo dat er geen vlokken eiwit meer te zien zijn.
Vul de deegbodem tot een paar mm onder de rand en bak de vlaai in 20 – 25 minuten goudbruin en gaar. Doe de vorm niet te vol, want de rijst komt omhoog tijdens het bakken.
Laat de vlaai een beetje afkoelen en haal hem er dan met een paletmes en een karton of bodem van een springvorm uit. Laat geheel afkoelen. Klop de slagroom met 50 gram suiker stijf en spuit of smeer dat over de Limburgse rijstevlaai.
Strooi chocoladevlokken over de Limburgse rijstevlaai met slagroom en strooi er eventueel poedersuiker over.
Tip: Eventuele overgebleven rijstepap is erg lekker als nagerecht. Doe het samen met wat fruit in een ovenschaaltje en bak dit met de vlaai mee.
Tafel lekker !!
