Luchtige karnemelkbroodjes zijn lekkernijen waar je direct blij van wordt: eenvoudig in ingrediënten, groots in resultaat. De truc zit ’m in ijskoude boter, karnemelk en zo min mogelijk kneden. Door het deeg te rollen en te vouwen ontstaan laagjes, en die laagjes geven lucht en hoogte in de oven. Luchtige karnemelkbroodjes passen bij elk moment: bij het ontbijt met een klontje roomboter en jam, als brunchbroodje met iets hartigs, of feestelijk tijdens een high tea. Ze lijken op scones, maar het is echt een ander type deeg: koeler, ruwer, met zichtbare boterpuntjes die tijdens het bakken voor die heerlijke schilferige structuur zorgen.
Wat luchtige karnemelkbroodjes extra aantrekkelijk maakt, is dat ze zó veelzijdig zijn. Je eet ze zoet met mascarpone, stevig geklopte en gezoete slagroom en een lepel zelfgemaakte jam of citroencrème. Maar hartig kan net zo goed: uitgebakken spek met een vleugje stroop, een romig roerei of roomkaas met gerookte zalm. Belangrijk voor die luchtige structuur: kneed niet, werk koel, snijd de broodjes recht naar beneden en leg ze dicht bij elkaar op de bakplaat zonder dat ze elkaar raken. Zo rijzen luchtige karnemelkbroodjes mooi omhoog en blijven ze hoog en luchtig.
Luchtige karnemelkbroodjes
Ingrediënten voor dit recept
- 100 gram ijskoude boter
- 250 gram bloem
- 10 gram bakpoeder
- 5 gram baksoda
- 5 gram zout
- 15 gram suiker
- 200 ml karnemelk
- 1 ei
Bereidingswijze van dit recept
Zo maak je luchtige karnemelkbroodjes:
Zeef de bloem met bakpoeder en baksoda boven een ruime kom.
Rasp de ijskoude boter grof en voeg deze toe aan de bloem.
Voeg suiker en zout toe en wrijf de boter door de bloem tot je kleine boterstukjes ziet.
Klop het ei los in een kopje en meng de helft hiervan met de karnemelk in een kommetje.
Giet het eimengsel bij het bloemmengsel en roer kort met een houten lepel tot een grof en plakkerig deeg.
Vorm het deeg op een stuk plasticfolie tot een rechthoek en leg 30 minuten in de koelkast.
Bestrooi je werkvlak met bloem en leg daar het deeg op. Bestrooi ook het deeg met bloem.
Rol het deeg uit tot een langwerpige plak van 1,5 cm dik en vouw dit in drieën. Herhaal dit nog twee keer.
Leg het deeg weer 30 minuten in de koelkast.
Verwarm de oven voor op 210 graden Celsius.
Rol het deeg uit tot een plak van 2 cm dik en steek er rondjes uit van 5 cm doorsnee.
Leg de uitgestoken broodjes op een bakplaat met bakpapier, dicht bij elkaar maar niet rakend. Besmeer de bovenkant met een beetje karnemelk.
Bak de broodjes 15 tot 20 minuten tot ze goudbruin en gaar zijn. Houd ze goed in de gaten.
Serveer de broodjes lauwwarm.
Tafel lekker !!
