Chocoladepudding met echte chocolade is zo’n nagerecht dat je keuken meteen vult met warmte en gezelligheid. Terwijl de melk langzaam opwarmt en de geur van cacao en pure chocolade zich verspreidt, voel je al de voorpret van wat er gaat komen. Deze pudding is zacht, romig en vol van smaak, en precies wat je wilt na een lekkere maaltijd. Of je hem nu maakt voor een feestelijk diner of gewoon als verwenmoment voor jezelf, hij scoort altijd punten bij jong en oud.
Het mooie van chocoladepudding met echte chocolade is dat het helemaal niet ingewikkeld is. Met een paar simpele ingrediënten en een kwartiertje werk staat hij al in de koelkast op te stijven. De smaak is allesbehalve simpel: diepe chocoladetonen, romigheid van volle melk, en die kenmerkende luxe textuur die smelt op je tong. Je kunt hem in mooie vormen gieten voor een chique presentatie of gewoon in glaasjes serveren voor een huiselijke sfeer. En mocht je hem warm willen eten? Dan wordt hij bijna een warme chocolademelk in lepelformaat. Dit is comfortfood in zijn puurste vorm, waarbij elk hapje voelt als een kleine traktatie.
Chocoladepudding
Ingrediënten:
- 600 ml volle melk
- 55 gram maizena
- 75 gram suiker
- 25 gram cacao
- 75 gram chocolade met 70% cacao
- 6 gram gelatine (optioneel)
Zo maak je echte chocoladepudding:
Snijd de chocolade in kleine stukjes. Als je een gedetailleerde vorm gaat gebruiken en de pudding gaat storten, smeer die dan nu in met een klein beetje zonnebloemolie of spray. Leg de gelatine in koud water om te wellen. Als je de pudding in de kom of kommetjes laat met serveren kun je deze stappen overslaan.
Doe de suiker, maizena en cacao in een kommetje en roer dit goed door elkaar, hierdoor zal het minder snel klontjes vormen. Voeg er 100 ml melk aan toe en roer dit tot een glad papje. Doe de rest van de melk in een pannetje en breng aan de kook. Giet een beetje van de kokende melk bij het papje en roer dit goed door elkaar. Voeg het papje bij de melk in de pan, roer goed door met een garde of spatel en breng dit al roerende aan de kook. Doe dit op een zacht vuurtje en al roerende met een siliconen spatel om aanbranden te voorkomen. Kook eventjes kort door. Voeg er nu de in stukjes gesneden chocolade en de eventuele gelatine aan toe en roer tot alles opgelost is. Giet de pudding in de vorm of in de kommetjes en laat hem afkoelen. Eenmaal afgekoeld zet je de chocoladepudding minimaal 4 uur in de koelkast om op te stijven.
Het storten van de pudding: Maak de randjes van de pudding een beetje los. Maak een bord een beetje nat, dan kun je de pudding nog een beetje schuiven als dat nodig is. Leg het bord omgekeerd op de pudding, draai samen om, schud een beetje en de pudding zal loskomen en op het bord belanden. Als dat niet lukt zet je de pudding met vorm een paar seconden in een bak met heet water en de pudding zal zeker loskomen.
Serveer de chocoladepudding met slagroom of dulche du leche.
Tafel lekker !!
Chocoladepudding is een van die nagerechten waarbij de presentatie het verschil maakt, zonder dat het extra werk kost. In een prachtige puddingvorm komt hij stijlvol op tafel, maar in kleine glaasjes oogt hij juist gezellig en knus. Voor extra allure kun je hem garneren met geschaafde pure chocolade, goudkleurige suikerparels of vers rood fruit. Wie van contrast houdt, serveert er een scheut koude slagroom bij zodat elke hap een afwisseling van warm en koud is, als je hem net gemaakt serveert.
Zo blijft je pudding op z’n best
Zelfgemaakte chocoladepudding kun je 2 tot 3 dagen goed houden in de koelkast. Bedek de bovenkant met plasticfolie dat direct op het oppervlak ligt, zodat er geen vel ontstaat. Restjes kun je weer even doorroeren om de textuur soepel te maken. Warm serveren kan ook: verwarm de pudding au bain-marie of in een steelpannetje op laag vuur, onder voortdurend roeren. Let op dat hij dan iets dunner kan worden.
Invriezen of liever niet?
Technisch kan chocoladepudding ingevroren worden, maar door het vriesproces verliest hij vaak zijn zijdezachte structuur. De binding kan breken, waardoor hij waterig wordt. Wil je tijd besparen? Maak het droge mengsel (cacao, suiker, maizena) vooraf in een potje klaar. Op het moment dat je pudding wilt, hoef je alleen nog melk en chocolade toe te voegen.
Restjes verwerken tot nieuwe lekkernijen
Overgebleven chocoladepudding is een geschenk voor wie creatief in de keuken is. Je kunt er een trifle mee maken met laagjes cake, fruit en slagroom, of hem gebruiken als vulling voor soezen of taartjes. Meng hem door een milkshake voor een volle chocoladesmaak, of vries kleine porties in om later te gebruiken in een chocolademousse.
Variëren met smaken en structuren
Met chocoladepudding als basis kun je oneindig variëren. Voeg bijvoorbeeld een scheutje likeur toe, zoals amaretto of sinaasappellikeur, voor een volwassen touch. Meng wat oploskoffie door de warme melk voor een mokka-variant, of roer er op het laatst gehakte noten of stukjes karamel doorheen voor extra textuur. Een vleugje kaneel of chilipeper geeft verrassend veel diepte aan de chocoladesmaak.
Aanpassen voor verschillende diëten
Voor een lactosevrije versie gebruik je plantaardige melk zoals amandel-, haver- of kokosmelk. Let op: kokosmelk geeft een uitgesproken smaak. Voor een vegan pudding vervang je gelatine door agar-agar en gebruik je pure chocolade zonder melkbestanddelen. Glutenvrij is dit recept al, omdat maizena van nature geen gluten bevat.
Heerlijk combineren aan tafel
Chocoladepudding is een perfecte afsluiter van zowel een eenvoudig als een uitgebreid diner. Hij combineert mooi met frisse fruitsalades, krokante koekjes of een bolletje ijs. In de winter is hij heerlijk met stoofpeertjes, in de zomer met aardbeien of frambozen. Door het contrast van smaken en structuren blijft elke hap boeien.
Een toetje met geschiedenis
Pudding in allerlei vormen bestaat al eeuwen, maar chocoladepudding is relatief jong. Pas in de 19e eeuw, toen cacao en chocolade toegankelijker werden, ontstond de zoete pudding zoals wij die nu kennen. In Engeland was hij populair als ‘chocolate blancmange’, terwijl in Frankrijk de ‘crème au chocolat’ furore maakte. In Nederland werd chocoladepudding vooral een geliefd zondagstoetje, vaak geserveerd met slagroom of custard. Tegenwoordig is het een klassieker die nooit uit de mode raakt.
Waarom zelf maken altijd wint
Chocoladepudding uit de supermarkt is makkelijk, maar mist vaak de rijke smaak en romige textuur van de zelfgemaakte versie. Door zelf te maken bepaal je de kwaliteit van de ingrediënten en pas je de zoetheid en intensiteit aan je eigen smaak aan. Bovendien is het proces eenvoudig en snel, met als enige uitdaging: wachten tot hij opgesteven is. Eenmaal geproefd wil je niet meer terug.
Chocoladepudding
Ingrediënten voor dit recept
- 600 ml volle melk
- 55 gram maizena
- 75 gram suiker
- 25 gram cacao
- 75 gram chocolade met 70% cacao
- 6 gram gelatine (optioneel)
Bereidingswijze van dit recept
Snijd de chocolade in kleine stukjes. Als je een gedetailleerde vorm gaat gebruiken en de pudding gaat storten, smeer die dan nu in met een klein beetje zonnebloemolie of spray. Leg de gelatine in koud water om te wellen. Als je de pudding in de kom of kommetjes laat met serveren kun je deze stappen overslaan.
Doe de suiker, maizena en cacao in een kommetje en roer dit goed door elkaar, hierdoor zal het minder snel klontjes vormen. Voeg er 100 ml melk aan toe en roer dit tot een glad papje. Doe de rest van de melk in een pannetje en breng aan de kook. Giet een beetje van de kokende melk bij het papje en roer dit goed door elkaar. Voeg het papje bij de melk in de pan, roer goed door met een garde of spatel en breng dit al roerende aan de kook. Doe dit op een zacht vuurtje en al roerende met een siliconen spatel om aanbranden te voorkomen. Kook eventjes kort door. Voeg er nu de in stukjes gesneden chocolade en de eventuele gelatine aan toe en roer tot alles opgelost is. Giet de pudding in de vorm of in de kommetjes en laat hem afkoelen. Eenmaal afgekoeld zet je de chocoladepudding minimaal 4 uur in de koelkast om op te stijven.
Het storten van de pudding: Maak de randjes van de pudding een beetje los. Maak een bord een beetje nat, dan kun je de pudding nog een beetje schuiven als dat nodig is. Leg het bord omgekeerd op de pudding, draai samen om, schud een beetje en de pudding zal loskomen en op het bord belanden. Als dat niet lukt zet je de pudding met vorm een paar seconden in een bak met heet water en de pudding zal zeker loskomen.
Serveer de chocoladepudding met slagroom of dulche du leche.
Tafel lekker !!
