Ouderwetse kropsla; zo kreeg je sla vroeger! Maar we herstellen hem in ere! Vroeger, voordat er allerlei soorten sla, gewassen en wel, in zakjes werd verkocht, was er alleen sla die in kroppen werd verkocht. Onze moeder kocht dan een krop sla, die waste ze zelf, en ze scheurde hem in stukjes. Aan die ouderwetse kropsla werden dan nog een paar verse ingrediënten als tomaat, komkommer, ui en een hardgekookt eitje toegevoegd en dan at je sla. Gewoon een heel eenvoudige salade. Maar wel verschrikkelijk lekker. Want de sla en de andere ingrediënten waren krakend vers. En eenvoud is soms beter dan overdaad.
In een tijd waarin nieuwe voedseltrends en exotische groenten de boventoon voeren, is de ouderwetse kropsla, ook wel bekend als botersla, een groente die een beetje vergeten wordt. Toch is er wel iets voor te zeggen om die bladgroente in ere te houden. Met zijn zacht knapperige bladeren en milde smaak, verdient die klassieke groene groente toch echt een plaatsje in onze keuken. Want botersla past bij vrijwel alles. Als groente in een AGV’tje bijvoorbeeld, of als extra groente. Of ga eens helemaal terug naar vroeger, en serveer bij een etentje: gegrilde kip, gebakken aardappeltjes en sla. Ook een biefstuk met patat en sla is zo’n klassieker waar iedereen blij van wordt.
Bij ouderwetse kropsla hoort slasaus
Als je dan vroeger die ouderwetse kropsla op je bordje kreeg, dan was de kans groot dat je daar dan een flinke klodder slasaus uit een flesje overheen deed. Niet iedereen heeft even goede herinneringen aan de smaak van die saus uit die flesjes. Je maakt zelf een snel slasausje door 3 eetlepels mayonaise te mengen met 3 eetlepels yoghurt, 1 eetlepel versgeperst citroensap en een snufje witte peper. Eventueel kun je er nog een snufje zout aan toevoegen. Je kunt de sla ook aanmaken met een klassieke vinaigrette op basis van olie en azijn.
