Saté van varkenshaas, oftewel saté babi, is het bekende stokje met gemarineerd vlees. Het wordt vaak geserveerd met pindasaus en het is populair bij eigenlijk iedereen. Erg lekker bij de bami, nasi of een frietje, maar ook op de barbecue is hij bijna niet meer weg te denken.
Kleine moeite, veel smaak
Het marineren van vlees voor saté lijkt allemaal lastig en veel werk, maar het is echt zo gebeurd. Het is zo veel lekkerder dat het echt de moeite waard is. Je mengt een paar ingrediënten, voegt varkensvlees (bij voorkeur varkenshaas) toe en zet het een paar uur in de koelkast om in te laten trekken. Daarna rijg je het aan stokjes en het grillen kan beginnen.
Gelijkmatig rijgen is gelijkmatig garen
Als je dit recept wil gaan maken, moet je vooral ook even de volgende tip lezen: zorg ervoor dat de blokjes varkenshaas niet te groot zijn en vooral ook gelijkmatig van grootte zijn om ze goed te kunnen bakken of grillen. Heb je ongelijke stukken, dan zal de ene helft droog worden, terwijl de andere helft nog niet gaar is. Dunnere stukjes zul je altijd hebben; doe die ergens tussenin en niet op het begin of het einde. Zorg dat je daar de dikkere stukken hebt, want daar gaart het vlees het makkelijkst. Duw het vlees licht tegen elkaar aan, want saté van varkenshaas krimpt met bakken. Als je het te los rijgt, krijg je allemaal losse stukjes die makkelijker droog worden.
Week de stokjes in water als je de saté op de barbecue wil garen dan verbranden de stokjes niet
Satésaus of pindasaus
Als je het over saté hebt, denken de meesten dat dit een stokje vlees met pindasaus is. Maar het woord “saté” staat voor het stokje met vlees, niet voor de saus. De pindasaus heeft de naam satésaus gekregen, omdat deze vaak bij saté geserveerd wordt.
