Waar is de groenteteler gebleven? – We weten vaak precies waar de asperges vandaan komen. We rijden ervoor naar een teler, we zien het land, we spreken de boer en dan nemen we trots een kilo verse asperges mee naar huis. We hebben dan voor één dag groenten gehaald, en zijn supertrots dat we dat bij de teler gehaald hebben. Maar voor de rest van de week stappen we zonder nadenken de supermarkt in voor broccoli, bloemkool, prei en wortels. Daar ligt alles zo lekker makkelijk bij elkaar, maar wel vaak zonder duidelijk verhaal. Heb jij nog enig idee waar de bloemkool vandaan komt?
Het is vreemd, want bloemkool en broccoli groeien net zo goed op Nederlandse grond als asperges. Toch weten heel veel mensen niet meer waar hun dagelijkse groenten vandaan komen. Op etiketten staat soms “Herkomst: Nederland”, maar heel vaak is het ook echt niet duidelijk. Steeds meer kleine verkooppunten verdwijnen en we hebben daardoor steeds minder contact met het platteland.
Asperges hebben status gekregen, groenten niet
Asperges zijn misschien wel het beste voorbeeld van hoe het wel kan. Ze hebben een seizoen; iedereen weet wel een verkooppunt, mensen rijden er zelfs voor naar Limburg of Brabant. Er staan borden langs de weg, je ziet overal kraampjes en handgeschreven reclameborden en vaak zelfs automaten waar je buiten de openingstijden ook terecht kunt.
Waarom zie je langs de weg nauwelijks broccoli, spinazie, rode bieten of spruiten?
Als je een dagje op pad gaat, zie je uitgestrekte velden waar groenten groeien. Maar je komt er nooit. Je hebt misschien niet eens een idee wat daar nu eigenlijk groeit. Het contact met dat platteland gaat steeds meer verloren. De groenten die je daar ziet groeien, zijn gekocht door de inkoper van een supermarkt of door een fabrikant. Later zie je ze als gemaksproduct terug in de supermarkt. Andere groenten verdwijnen in grote zeecontainers om naar het buitenland verscheept te worden. In de media gaat het massaal over lokaal kopen, maar dat is niet zo makkelijk als dat het geroepen wordt. Heb jij het al eens echt geprobeerd? Het zou eigenlijk logisch moeten zijn, dat is het allang niet meer.
Dan gaan we naar de landwinkel of boerderijwinkel
Het beste alternatief is de landwinkel of de boerderijwinkel, zou je denken. Maar ook dat is niet meer zo. Je gaat erheen met het idee dat je rechtstreeks bij de maker koopt. Soms klopt dat wel. Je vindt er dan aardbeien van eigen land, appels uit eigen boomgaard of eieren van eigen erf. Maar steeds vaker worden die landwinkels en boerderijwinkels gevuld met schappen vol “streekproducten” die helemaal niet uit de streek komen. Kant-en-klare sauzen, koekjes, sapjes of delicatessen met een etiket dat je laat denken dat het lokaal is, maar de herkomst is soms honderden kilometers verderop.
Blijf dus kritisch kijken naar wat echt uit de streek komt. Begrijp ons goed, we dragen ze een warm hart toe, maar ook daar moet je kritisch blijven op wat je koopt.
Juist plattelandswinkels zouden het ideale punt zijn om die echte lokale producten in te kopen. Juist die zouden kunnen samenwerken met boeren uit de eigen omgeving, maar de kans is groot dat de eigenaar van de landwinkel de boodschappen die niet in de eigen winkel liggen, gewoon in de supermarkt gaat halen. Zo gaat het niet over het platteland, maar over het eigen eilandje.
Echte groenten zijn vers en verleidelijk
Als je je groenten echt direct van het land kunt kopen, ga je het verschil onmiddellijk zien. Die groenten zijn écht vers; die hebben een ander formaat en uiterlijk dan wat je gewend bent uit de supermarkt. Een bloemkool, rechtstreeks van het land, heeft veel blad en ziet er heel anders uit dan de “perfecte” bloemkolen die je in de winkel koopt. Een krop sla van de volle grond leeft bijna nog. Verse spinazie van het land blijft veel langer goed.
Groenten van het land zijn nauwelijks te vinden
Veel mensen willen best lokaal een vers kopen. Dat bewijzen de aspergetelers. Maar in de praktijk is het een probleem. Je haalt de asperges bij de teler, maar voor de broccoli van morgen moet je een aantal kilometer verder rijden, en de krop sla haal je nog verder. Als je zo de groenten voor de hele week (350 gram per persoon per dag) bij elkaar moet sprokken is dat feitelijk onmogelijk.
Minder vlees, meer groenten
Je zou toch denken dat de trend momenteel heel duidelijk is. Onlangs was er heel veel commotie over de aanpassingen in de schijf van vijf. We zouden minder vlees en meer groenten moeten eten. De praktijk is anders. Er zijn meer slagers dan groenteboeren, ook langs de weg. Je kunt makkelijker lokaal vlees kopen dan lokale groenten. Naast een drukke baan ook nog lokaal kopen is praktisch onmogelijk. Lokaal kopen doe je als je een fietstocht maakt, of als je iets leuks wil doen in het weekend. Lokaal groenten kopen voor je dagelijkse maaltijd? Onmogelijk! En het gekke is, het wordt hier wel allemaal verbouwd.
We hebben meer groentekraampjes nodig
Er zijn veel kraampjes langs de weg, maar opvallend weinig voor verse groenten. Als meer telers zo’n kraampje langs de weg zouden zetten, zouden die kraampjes volop gebruikt worden. En ja, het probleem is dat in het seizoen het zonnetje ook gezellig meedoet. Dat maakt het lastig om die groenten langs de weg vers te houden. Maar kom op, we hebben tegenwoordig gekoelde melktaps en vleesautomaten. Voor groenten is er ongetwijfeld ook een mooie oplossing te bedenken. Het mag allemaal heel eenvoudig; het zou absoluut een aanwinst zijn voor Nederland!
Zorgboerderijen, biologische tuinders, herenboeren en voedselbossen
Er zijn wel alternatieven. Je ziet steeds meer zorgboerderijen die groenten telen, biologische tuinders die zich specialiseren in meerdere groenten, zelfoogsttuinen en initiatieven als Herenboeren en voedselbossen. Initiatieven die we absoluut omarmen, maar die voor heel veel mensen het bord niet vullen. Echte liefhebbers storten zich hier graag op, maar de gemiddelde Nederlander koopt in de supermarkt en met een beetje geluk bij een groentespecialist. Er is dus nog een lange weg te gaan.
Maak het weer makkelijk om lokaal en vers te kopen
In supermarkten is bijna alles altijd beschikbaar. Tomaten in januari komen niet uit Nederland, sperziebonen in april komen niet uit Nederland. Het ligt er allemaal. En zo hebben we vaak geen idee meer wat we eten. Verse groenten van dichtbij zouden veel zichtbaarder verkocht moeten worden. Overheden en telers zouden meer kunnen doen om zichtbare verkooppunten te creëren. Gezamenlijke markten, de korte keten, het zou weer normaal moeten zijn. Ook landwinkels kunnen opnieuw nadenken over hun rol. Minder streekcadeaus en houdbare producten, meer ruimte voor verse, lokale producten uit de eigen regio. Heel af en toe komen we zo’n pareltje tegen, maar meestal verlaten wij een landwinkel met een schamele drie verse producten, waarvan ook echt de herkomst bekend was.
De vraag blijft heel simpel: waarom rijden we wel voor asperges naar de teler, maar niet voor broccoli?
Misschien moeten we ook anders gaan nadenken over hoe verse groenten verkocht worden. Waarom zouden meerdere telers uit dezelfde regio niet samen één groentekraampunt kunnen vullen? Waarom zien we wel gekoelde melktaps en vleesautomaten, maar nauwelijks gekoelde automaten met verse seizoensgroenten? Ook regionale groentemarkten of vaste afhaalpunten bij boerderijwinkels zouden het veel makkelijker maken om rechtstreeks bij de maker te kopen. Want uiteindelijk willen veel mensen best vers en van dichtbij kopen; het moet alleen wel praktisch blijven naast hun werk, hun gezin en het dagelijks leven.
