Kip staat bij veel mensen regelmatig op tafel en dat is niet zo gek. Je kunt er alle kanten mee op. Even snel bakken in de pan of juist rustig garen in de oven met groenten en kruiden. En precies daar zit ook meteen de uitdaging als het om wijn gaat. Niet de kip bepaalt wat je inschenkt, maar wat je ermee doet in de keuken.
Een simpel gebakken kipfilet met citroen of groene kruiden vraagt om iets lichts en fris. De frisse zuren van citroen passen mooi bij een Sauvignon Blanc uit de Nieuwe Wereld of een Italiaanse Pinot Grigio.
Zodra er een romige saus in het spel komt, verandert het mondgevoel en dus ook de wijn. Denk aan kip in roomsaus of een zachte ragout. Dan mag de wijn ook wat voller zijn. Een op hout gerijpte Chardonnay past daar mooi bij, vooral als die een beetje rond en zacht is.
Gebruik je meer specerijen of maak je een kruidiger gerecht, dan is het slim om een wijn te kiezen die daar tegenwicht aan kan geven. Iets met een tikje zoet of veel fruit werkt dan vaak prettig. Een Riesling of een Gewürztraminer haalt de scherpte uit het gerecht en zorgt voor balans.
En dan is er nog de klassieker uit de oven. Een hele kip met een knapperig vel en geroosterde groenten. Daarbij mag je best eens een rode wijn schenken. Een Pinot Noir bijvoorbeeld. Niet te zwaar, maar wel genoeg karakter om mee te gaan met de geroosterde smaken. Zeker als je er gebakken champignons bij serveert. Kies dan bij voorkeur een Duitse of Franse Pinot Noir.
Uiteindelijk komt het steeds op hetzelfde neer. Kijk naar wat je doet met de kip. Licht en fris, romig en zacht of kruidig en vol. Daar kies je je wijn op en dan zit je eigenlijk altijd goed.
